|
<Back
| Home | Basics |
Departments | Get
Involved | Site Map | What's
New

Gezonde en uitstekend gebouwde mensen.
De geschiedenis van de voeding in de bodybuilding.
Door Randy Roach.
Vertaling Rob Hundscheidt.
De sport bodybuilding, verlangt het extreme aan lichaamsprestaties.
Geen andere atletisch streven vereist zulk een hoge discipline voor
spierontwikkeling en de vermindering van lichaamsvet. Voor buitenstaanders
kan zulke inspanning dan wel onzinnig en egocentrisch lijken of zelfs
een van de meest dwaze dingen die er zijn, maar desondanks heeft de
bodybuilding een grote invloed op het grote publiek en op alle andere
atletisch gebied.
We moeten weten dat de mannen en vrouwen die zich jaar in jaar uit
uitzweten in de studio reeds al het laag koolhydratendieet gebruikten
vóórdat Dr. Atkins dit populair maakte, en ook vele andere
voedingsstrategieën van tegenwoordig zoals het algehele rauwkostdieet,
proteïne-supplementatie, het eten van vele kleine maaltijden per
dag, het zich opladen met koolhydraten, maaltijdvervangers, en het in
evenwicht brengen van de macro-nutriënten; al deze vinden hun eerste
oorsprong en populariteit in de bodybuilding.
Sinds het begin van Lichaamscultuur is er al een discussie gaande over
de waarde van rauw voedsel versus kookvoedsel. Sandow verwees het eten
van rauwe eieren en halfrauw gebakken vlees naar het land der fabeltjes
en als een voorbijgaande trend.
De Lichaamscultuurbeweging.
De grondlegger die verantwoordelijk was voor de beweging der Lichaamscultuur
in Noord-Amerika en voorloper van de bodybuildingbeweging was, was Bernarr
Macfadden, een bijzondere ondernemer die tijdschriften over lichaamsontwikkeling
publiceerde, die wedstrijden organiseerde, en die 150 boeken schreef
en miljoenen in de tijdschriften- en boekenindustrie verdiende. Macfadden
verkondigde een schoon hygiënisch leven en volwaardig natuurlijk
voedsel. Hij at erg veel rauwe wortels, bietensap, fruit, dadels, rozijnen,
granen en noten, en geheel geen vlees, maar raadde wel rijke hoeveelheden
rauwe melk aan. Hij raadde zelfs aan om periodiek over langere tijd
een exclusieve voeding op rauwmelk te volgen.
De vooraanstaande dominerende ster van de eerste beginjaren was Eugene
Sandow, wiens carrière zich uitstrekte van de laatste 1890er
jaren tot over het eerste deel van de 20ste eeuw. Hij had niet dat zware
plompe postuur zoals vele anderen, maar het fijn gebouwd lichaam zoals
dat van Romeinse en Griekse atleten. Met hulp van Florenz Ziegfeld publiceerde
hij zijn lichaam op een artistieke manier. In feite kwam het door deze
artistieke expressie dat Macfadden in de midden 1890er jaren geïnspireerd
werd door Sandow. In een interview uit 1894 over zijn voedingsgewoontes,
zei Sandow dat hij geheel geen sterke likeur, koffie en thee dronk,
maar dat hij af en toe wel eens een bier dronk. Hij at meestal volwaardig
en gezond voedsel, en af en toe at hij ook wel eens te veel. Sandow
legde net zoals de meeste andere Lichaamsculturisten van zijn tijd,
meer de nadruk op de mechanische aspecten van de voeding, dan op de
chemische. Hij deed alles wat noodzakelijk was om een goede vertering
te vergemakkelijken, zoals te eten met regelmatige intervallen, de keuze
van eenvoudig voedsel, het goed kauwen, het langzame eten, en dit alles
afgerond met een goede nacht slaap.
Hij was tegen het te veel eten, en raadde voedsel met een hoge voedingswaarde
aan, alhoewel hij zichzelf ook toestond te eten wat hij wilde als hij
daar zin in had, en in zijn jonge jaren deed hij dat wel eens vaker.
Earle Liederman, auteur en vriend van Sandow, verkondigde ook volwaardig
natuurlijk voedsel. Liederman legde ook het belang van een sterk verteringssysteem
uit voor mensen die sterk zijn en grote appetijt hebben, en dat verbeterd
werd door het voedsel goed te kauwen. Hij beschreef de populariteit
van "beef juice" of "beef extract", voor een vlug
herstel van de spieren. Liederman voelde zich ook verplicht te beschrijven
dat roomijs ook erg populair was, en verwees daarbij naar een gewichtheffer,
die het vaak noodzakelijk vond om zijn maaltijd te besluiten met een
liter vanille-roomijs.
Arthur Saxon – die van de 3 beroemde gebroeders Saxon, en tevens
een tijdsgenoot van Eugen Sandow - raadde ook voedingsrijk voedsel aan
voor het uithoudingsvermogen van atleten. Hij waarschuwde tegen de gevaren
tegen sterke likeur, maar stond wel bier toe. In feite had Saxon de
reputatie dat hij zelf wel flink bier dronk, zoals ook vele andere krachtspatsers
van zijn tijd. Hij waarschuwde tegen het roken terwijl hij er bij schreef
dat hij zelf wel rookte. Voor spiertoename raadde Saxon aan om na de
training melk te mixen met rauw ei, of melk met havermeel, kaas, bonen,
erwten en vlees. Hij noemde melk het perfecte voedsel. Volgens zijn
broer Kurt, hadden alle drie de Saxon broers een zeer grote eetlust.
Samen met zijn deelname in de krachtvoorstelling was Kurt ook de leider
van het trio. Kurt’s voedsellijst die door de drie broers ieder
dag gegeten werd was behoorlijk groot, met maar weinig zelfontziening.
Melk is grotendeels afwezig in Kurt’s menu’s
Het dagelijks menu van de drie gebroeders Saxon.
Ontbijt:
24 eieren
3 pond gerookte bacon
Porridge met room en honing.
Thee met veel suiker
Middagmaaltijd:
4,5 kilo vlees
Groenten
Zoet fruit (rauw of gekookt)
Zoete cake,
Salade
Thee
Zoete pudding
Cacao
En geklopte room
Avondmaaltijd:
Koud vlees
Gerookte vis,
Veel boter en kaas, bier
Rauw voedsel versus gekookt voedsel.
Sinds het begin van het tijdperk der lichaamscultuur is er een discussie
gaande over de waardes van rauw voedsel versus gekookt voedsel.
Sandow beschreef het eten van rauwe eieren en half gebakken vlees als
nonsens en een praktijk die "uitstervend en voorbijgaand was".
In de rauwkosthoek stond de worstelkampieon George Hackenschmidt,
de "Russische Leeuw", een man die Sandows kracht evenaarde,
maar met grotere atletische mogelijkheden. Net als Sandow was hij volgens
de hedendaagse maatstaven klein, net 1.75 m., en had een gewicht van
90 kilo, alhoewel was hij enorm sterk. George Hackenschmidt, had zowel
als sportsman als ook als mens een conservatieve spirituele instelling
met betrekking tot de voeding. In zijn boek "The Way to Life"
schrijft hij:
"Ik geloof dat ik het juist zie als ik er van uit ga dat onze schepper
heeft voorzien in eigen voedsel en voedingsstoffen voor het voordeel
van ieder levend wezen. De mens werd geboren zonder pannen en ketels
om er in de bakken en te koken. Het beste natuurlijke voedsel voor mensen
zou daarom vers ongekookt voedsel en noten moeten zijn." Hij schrijft
dat een voedingswijze van ca. 2,7 kilo plantaardig voedsel en 0,9 kilo
vlees het beste zou zijn voor de Midden Europese mens, maar hij zelf
gaf in zijn vroegere trainingsjaren toe aan een grote eetlust die was
gebaseerd op 11 bekers van in totaal ca. 5 liter overwegend rauwe melk
per dag, naast de rest van zijn voeding.
Als een profeet voor zijn tijd, waarschuwde hij voor de gevaren van
geraffineerde suiker en voor vlees van kunstmatig gevoerde onnatuurlijk
binnen opgesloten levende dieren. Hij geloofde dat de mensen te veel
vlees aten van deze onjuist grootgebrachte dieren, en moedigde de nadruk
aan op het eten van meer natuurlijk rauw voedsel.
Vegetarisme.
Misschien was het meest geaccepteerde voedsel van alle voedingsprogramma’s
uit de beginjaren wel de melk.
De eerste bodybuilders discussieerden ook over de pro’s en contra’s
van het vegetarisme. Macfadden en Hackenschmidt volgden een voedingswijze
die geen vlees bevatte of waarbij tenminste het grootste deel van de
calorieën uit plantaardig voedsel gehaald werd.
Harold Zinkin beschrijft in zijn boek “Remembering Muscle Beach”
zijn vriendin Relna Brewer, die op haar 17de jaar in een van California’s
eerste gezondheidsvoedselwinkels werkte die in Santa Monica lagen. Relna’s
werk bestond uit het bedienen van de ontsappingsmachine. Omdat de eigenaars
van de winkel niet veel geld konden betalen, nam Relna haar toevlucht
tot het selderij-, watermeloen-, sinasappels- en wortelsap dat ze iedere
dag maakte.
Jack Lalanne, was waarschijnlijk een van Relna’s eerste klanten.
Jack begon zijn carrière als vegetariër en bracht zijn eigen
voedsel mee zoals appels en wortelsap en groente om op The Beach te
trainen gedurende de 1930er jaren. Lalanne at later echter vlees toen
hij bodybuilding ging doen. Armand Tanny schrijft dat het zelfs zo was
dat Jack de lokale slachthuizen afliep om koeienbloed te krijgen om
dat tijdens de training te drinken. Lalanne keerde later terug naar
zijn vegetarische voedingswijze, maar stond wel wat vis en eieren toe.
Lalanne opende in 1936 een van de eerste gezondheidsstudio’s.
Een collega schrijft dat Lallane 14 uur per dag werkte en daarna nog
700 kilometer door de nacht reed om op Muscle Beach deel te kunnen nemen
aan alle activiteiten. Als het op pure energie en vitaliteit aankwam,
dan was Lalanne zowel toen als nu onbedwingbaar. Een andere vegetariër
was Lionel Strongfort, die een systeem van rauw voedsel aanprees dat
gebaseerd was op fruit, groenten, eieren en melk. Hij raadde maar een
heel klein beetje vlees en gebakken vet aan. Strongfort raadde het aan
om maar twee maaltijden per dag te nemen, een strategie die Macfadden
ook aanhield, en die zou terugkomen in de 1960er en 1970er jaren. Strongfort
en Macfadden raadden beiden het te veel eten van voedsel af. Ze gingen
er van uit dat het te-veel-eten een negatieve impact op het lichaamssysteem
had - een goed advies waar allerlei bodybuildingstrijdschriften en -boeken
in de daarop volgende jaren zich niet aan zouden houden.
Misschien was het meest geaccepteerde voedsel onder alle eerste voedingsprogramma’s
van bodybuilding wel de melk. Een van de meest voorkomende populaire
methode om massa en kracht op te bouwen was de combinatie van back-squatting
(vert. een soort van kniebuigen), en het drinken van heel veel melk.
Joseph Curtis Hise was een pionier van dit systeem in de 1930er jaren
en 70 jaar later staat deze strategie nog steeds sterk voort in de chemievrije
wereld van de bodybuilding.
Tony Sansone.
Een andere Lichaamsontwikkelaar die het ook ten zeerste af raadde om
te veel te eten was Tony Sansone, alhoewel hij wel het belang van dierlijk
voedsel begreep zoals ook dierlijke vetten en organisch vlees. Hij schreef
uitgebreid over voeding voor bodybuilders en raadde voedingsrijke "funderende"
voedselsoorten aan zoals melk, eieren boter en vlees, groenten, fruit,
en sommige volkoren granen - in deze volgorde. Hij besprak ook het belang
van sommige orgaanvleessoorten zoals lever, nier, hart en levertraan,
en herkende de noodzaak om in plaats van gepasteuriseerde melk alleen
de volle rauwe melk te drinken. Hij geloofde dat geitenmelk voedingsrijker
was en gemakkelijker verteerbaar was dan koeienmelk. De vetten waar
hij de voorkeur aan gaf waren verse rauwe boter en room. Hij raadde
het ook aan om 6-8 glazen water per dag te drinken. Tony Sansone benadrukte
wijselijk het belang van veel vet in de voeding om het juiste gebruik
van stikstofrijk (proteïnehoudend) voedsel toe te laten in de spieropbouw
- dit is een fundamenteel en belangrijk feit dat bijna geheel verloren
ging toen het tijdperk van proteïnesupplementatie begon. Hij begreep
ook dat gewichtsverlies geen kwestie van het simpelweg tellen van calorieën
was, omdat de cellulaire opname, individueel varieerde op het gebruik
van voedsel. Vooruitlopend op Dr. Atkins, raadde Dr. Sansone voor de
ontwikkeling van kracht en gezondheid funderende voedselsoorten aan,
zoals melk, eieren, vlees, groenten en fruit, met zetmeelrijk voedsel
als zijnde de gewichtsmanipulator. Zijn recept voor gewichtstoename
bestond er uit om meer koolhydratenhoudend voedsel aan de voedingswijze
toe te voegen zoals brood en aardappels, en om gewicht te verliezen
behoefden deze simpelweg alleen maar gereduceerd of verwijderd te worden.
Tony Sansone’s waarschuwing om niet meer dan 2 pond vet per week
te verliezen, is nog steeds de maatstaaf die tegenwoordig in de bodybuilding
wordt gebruikt.
Muscle Beach.
"Ze eten alles rauw" zei hij, "egaal wat je maar noemt,
vis, vlees, kevers, ze eten alles rauw, en ze waren erg sterk en gezond".
Muscle Beach ontstond in de 1930er jaren als ontmoetingsplaats voor
jonge atleten die aan gewichtheffen deden, die menselijke piramides
bouwden en ook andere acrobatische en atletische toeren uithaalden die
er maar bestonden. Uit dat tijdperk komen vele herkenbare namen zoals
Harold Zinkin, (de uitvinder van de universele gewichtsmachine), Joe
Gold (de schepper van Gold’s Gym), Jack Lalanne, Harry Smith,
en de gebroeders Tanny – Armand en Vic (die een populaire studio-keten
openden). In feite kan men zeggen dat veel uit de fitnessindustrie uit
Muscle Beach voortkwam: studio’s, studio-ketens, oefeningsprogramma’s
op TV, fitnessappatuur, gewichtheffen voor vrouwen, en zelfs ook aspecten
van de natuurlijke biologische voedselbeweging, die alle afkomstig waren
van deze strip zand.
Volgens Harry Smith die vele jaren lang studio-eigenaar was, een ex-professionele
worstelaar, en Muscle Beach- alumnus, dachten bodybuilders in deze tijd
niet veel na over de voedsel of supplementen. De nadruk lag meer op
de training dan op het eten en rusten. Harry zei dat velen van hun probeerden
om zuiver voedsel te eten, en ze vaker bij een aantal gelegenheden een
klein winkeltje bezochten dat een stuk van het strand af lag. Deze bood
vers gemalen rundergehakt aan, waar aan sommigen wat gehakte ui aan
mengden en wat zout en peper op deden. Het vlees werd er rauw gegeten
en ook rauwe melk. Harry zei dat dit een goedkope en gemakkelijke manier
was om stevig te eten en men zo niet in de restaurants hoefde te gaan.
Een belangrijke rauwkosteter van Muscle Beach was Armand Tanny. Armand
was oorspronkelijk een gewichtheffer en had een fantastisch figuur en
kracht om hem te kwalificeren voor de scène.
Kort na de Tweede Wereldoorlog bezocht hij de Hawaiaanse eilanden
en toen hij daarvan terug kwam was hij diep onder de indruk van de Samaoaanse
bevolking: "Ze eten alles rauw" zei hij, "het doet er
niet toe wat je maar noemt, vis, vlees, kevers, ze eten alles rauw,
en ze waren erg sterk en gezond". Bij zijn terugkomst in de VS
werd hij geïnteresseerd in het werk van W. Price, en zei dat het
boek “Nutrition and Physical Degeneration” als een soort
van Bijbel voor hem was.
In 1948 sloot hij zijn fornuis af, en at van af toen af aan alleen maar
rauw – tonijn, rundvlees, lever, oesters, garnalen, noten, zaden
fruit en groenten.
Armand nam ook biergist, gedroogde lever, yoghurt, blackstrap melasse,
en tarwekiemolie. Alles aanbevelingen van Gaylord Hauser, een voedingsgoeroe
van uit die tijd. Hauser raadde ook visleverolie aan, maar Tanny meende
dat hij er rijkelijk van binnenkreeg van alle vis die hij at. Armand
schreef het behalen van de titels van Mr. USA in 1950 en de professionele
Mr. Amerika toe aan zijn rauwvleesdieet.
In de 1950er jaren hielp hij zijn broer Vic in de studiowereld, en
verscheen in een act van Mae West. Zijn bodybuildingartikels verschenen
in de rest van de eeuw in vele vooraanstaande tijdschriften.
Bulken zoals John Grimek.
De grootste invloed op de bodybuilding in de 1930er en de 1940er jaren
had John Grimek – de tweede Mr. Amerika van de American Athletics
Union (de AAU) die tussen 1940 en 1941 achter elkaar meerdere titels
behaalde.
Vele commentators geloven dat Grimek het begin van het nieuwe bodybuildingstijdperk
inluidde zoals we dat tegenwoordig kennen, en beschrijven hem als de
best gebouwde bodybuilder van het midden van die eeuw. Aan het begin
van zijn carrière in de eerste jaren van 1930, kwam Grimek onder
invloed van Mark Berry, de uitgever van Strength Magazine, en een voorpleiter
van een eetwijze waarbij de atleet eerst in gewicht toenam, en daarna
afnam. Berry bulkte Grimek die 1.70 m. groot was, zich op tot 115 kilo.
Deze manier werd gewoon in de 1950er jaren en hield nog enkele tientallen
jaren aan.
Grimek vrat alles op wat hem voorgezet werd "zei zijn vrouw Angela
in een artikel van 1956 van Health and Strength, met de titel "Life
with John". "John had een enorme eetlust, en hij kon moeilijk
een tevredenstellend restaurant vinden dat daar aan tegemoet kwam. Soms
leeft hij ook wel eens op een beperkt dieet, en het is dan verwonderlijk
hoe weinig dat hij daar bij kan eten. Maar als hij zich daarna weer
geheel inzet, kan hij nooit genoeg krijgen, maar toch eet onze ’Hog’
voortdurend (onze liefkoosnaam voor John), en blijft hij toch slank
en gespierd."
Rond de 1850er jaren bestond Grimek’s voedingswijze ook uit chocoladerepen
van Hershey, en hoog proteïnehoudende tabletten die vervaardigd
en aangeprezen werden door Bob Hoffman van Strength and Health, een
tijdschrift dat voorzag in een platform voor Grimek en zijn nieuwe supplementen
die er op de markt kwamen. Hoffman gebruikte Hershey-chocolade in zijn
producten; op deze manier kregen zowel Grimek als ook de rest van de
York-kliek makkelijk een hoop lege calorieën binnen.
Proteïnepoeders en supplementen.
Aan het einde van de 1930er jaren ontwikkelde een jonge farmaceut,
Eugene Schiff, een methode waarmee melkwei voor menselijke consumptie
uit melk kon worden gehaald. Hij zette Bio-Foods op - een verpakkingsbedrijf
voor melkwei. Dit was een halve eeuw voordat melkwei-concentraten als
populair supplement in de bodybuildingscène kwamen. Een tijd
lang verkocht hij zijn verpakte wei aan lokale drogisterijen, vervolgens
verkocht hij zijn eigen winkel, en begon aan de vervaardiging van gezondheidsvoedsel.
Schiff richtte zich op supplementen die gemaakt werden van natuurlijke
producten. Hij begon te experimenteren met volwaardige voedselsoorten
zoals biergist, tarwekiemen en lever. Hij stelde vast dat deze voedselsoorten
van nature rijk aan vitamines en mineralen waren. De Schiff Compagnie
claimt dat hij de eerste was die rozenbottels ontdekte als de beste
bron van vitamine C. Samen met zijn eerste rozenbottels vitamine C supplementen,
lanceerde hij ook een van de eerste multi-vitamineproducten met de naam
"V-Complete".
De vraag naar onbederfelijk voedsel steeg tijdens de WO II, en gaf
de voedselindustrie de kans zich uit te breiden en de markt voor gedroogd
voedsel en poedervoedsel te populariseren, en bodybuilders vonden uiteindelijk
zo ook hun weg naar deze markt. Het melk- en eipoeder, en later ook
sojapoeder, werden aangeprezen als een makkelijke manier om extra proteïne
in de voeding te verkrijgen. Onbijtdranken die gebaseerd waren op een
proteïne poeder, ontstonden uit de voedingswijze van de legendarische
Steve Reeves, die jaren later daar over schreef in boek "Building
the Classic Physique". Reeves’ indrukwekkende natuurlijke
figuur, leverde hem aan het eind van de 1950er jaren hoofdrollen in
de films Hercules, en Hercules Unchained op, en inspireerde duizenden
jonge mensen om met gewichtstraining te beginnen. Zijn recept voor een
ontbijtdrank, bestond uit vers sinasappelsap, Knox-Gelatine, honing,
bananen, rauwe eieren, en wat afgeroomde melk, eiwit en sojaproteïne.
Rond de 1950er jaren verschenen de eerste proteïnepoeders die speciaal
voor atleten gemaakt werden. Een daar van heette "44 The Supplemental
Food Beverage" dat in Californie gemaakt werd door een bedrijf
dat Kevo-Products heette. De basis ingrediënten bestonden uit gedroogde
volwaardige sojabonen in poedervorm, samen met kelp, tarwekiemen en
dextrose, en meerdere gedroogde planten, kruiden en smaken en geuren.
Dit supplement werd verkocht in gezondheidswinkels, bodybuildingstudio’s
en gezondheidsinstituten.
Een ander populair product was Hi- Proteïne, een proteïne
supplement dat van sojameelproteïne, van melk proteïne en
van tarwe werd gemaakt. De vrije aminozuren er in zoals natuurlijke
tryptofaan en de andere natuurlijke essentiële aminozuren werden
geproduceerd door een zuur hydrolyse proces. Dit product werd ontwikkeld
door bodybuilder en voedingsgoeroe Irvin Johnson, die foto’s maakte
van zwakkelijke mensen die daarna zeer gespierd uitzagen. Bob Hoffman
maakte snel gebruik van Johnsons’s succes door meteen ook zijn
eigen op soja gebaseerde product ook aan te prijzen in Strength &
Health. Hoffman’s ongunstig proteïne maakte menig slachtoffer,
van gordelroos tot zware darmgistingen. De discussie in de 1940er jaren
van rauw voedsel versus kookvoedsel en versus vleeseten dat verscheen
in de bodybuilding tijdschriften, gaf veel aanleiding over proteïnesupplementatie
zoals bijvoorbeeld in "Building Biceps Faster With Food Supplements"
(Iron Man, Dec. 1950)" en "More and Better Protein Will keep
You Well" (Strength & Health, maart 1953)", en "The
Magical Power of Protein" (Mr. America, febr. 1958) "Food
Supplements Rock Hard Defenition” (Muscle Builder, juni, 1958),
en "Everyone Needs More Protein" (Strength and Health, juli
1959.
Er verschenen in de 1950er jaren ook meelvervangende producten. Een
product, B-FIT, werd aanbevolen als vervanging voor 2 of 3 normale maaltijden
per dag. Volgens de promotors er van, is "B-FIT wetenschappelijk
samengesteld, zodat het alle vitamines en mineralen bevalt, plus rijkelijke
hoeveelheden effectief proteïne, en bevat het toch maar weinig
calorieën, zodat het vetweefsel letterlijk wegsmelt…..Je
zult niet aan enigerlei voedingsgebrek kunnen lijden omdat B-FIT een
compleet voedsel is, in zoverre dat dit door wetenschappelijke experimenten
en onderzoek dit mogelijk was te ontwikkelen." Goedgekeurd door
diëtisten.
Voorpleiters van nieuwe voedingswijze theorieën, voedselcombinaties,
alkaliserende diëten, zelfs ook strikt vegetarisme, promootten
hun opvattingen door de 1950er jaren aan, maar de grote nadruk lag op
proteïne poeders en supplementen. Voor het wereldkampioenschap
gewichtheffen in 1954 nam teamcoach Bob Hoffman meer dan 90 kilo van
het Hi-Protein poeder mee naar Wenen, en kondigde het daar aan als het
"geheime Wapen" voor zijn atleten. Maar Rusland wiens atleten
niet lager dan op de tweede plaats kwamen, had weer een ander geheim
wapen.
Hormonen.
(samenvatting).
Dit geheime wapen was de uitvinding van de anabolica. Het was John
Ziegler, een arts die het Amerikaanse team naar Wenen begeleide, die
onthulde en uitlegde wat dit Sowjetwapen was. Ziegler zei dat een Russische
arts hem na enkele drankjes vertelde dat de Sowjet-atleten hormonen
gebruikten en misbruikten, en dat hij er zelf niet onbekend er mee was,
en experimenteerde daar mee met de farmaceutische fabriek CIBA, met
de patiënten in zijn therapie, zichzelf en enkele nieuwe atleten.
In de zomer van 1954 schrijft auteur John Fair dat de grote John Grimek
samenwerkte met Ziegler in het uitproberen van zijn spul. Grimek berichtte
echter over teleurstellende resultaten.
Zowel de tijdschriften Muscle Health als Iron Man waarschuwden over
de neveneffecten en gepubliceerde artikels claimden over betere resultaten
over hoog proteïnehoudende producten. Sommigen gebruikten deze
hormonen echter toch.
Stereoïden en room.
Nog steeds berusten de atleten op een voedingswijze voor de opbouw
van kracht en de proteïne had daar een groot aandeel in. In de
eerste jaren van 1960 benaderde Irvin Johnson vooraanstaande bodybuilders
met een melk-ei-proteïne mengsel, dat beschouwd werd als veel beter
dan andere producten – zoals ook een eerder producten van zichzelf
dat gebaseerd was op soja. Rond de middenjaren van 1960 begon John’s
proteïne via advertenties in de bodybuildingtijdschriften te verschijnen.
Rond deze tijd veranderde hij zijn naam in Rheo H. Blair.
Blair claimde dat zijn proteïne poeder gemaakt werd van eieren
die verkregen waren van dieren die opgroeiden op de rijke grond van
Wisconsin, en dat de proteïnes daar uit op erg lage temperaturen
werden geëxtraheerd. Zich bewust van de moeilijkheden die sommigen
er van konden ondervinden om dit proteïne te kunnen verteren beval
hij daarbij zoutzuursupplementatie aan, die bij ieder maaltijd zou moeten
worden genomen. Hij verkocht ook supplementen zoals aminozuren, leverextract,
B-complex en Soybro (een combinatie van tarwekiem-, rijstekiem- en sojakiemolie).
In 1966 introduceerde hij een nieuwe proteïneformule waarvan
hij claimde dat die een biologische waarde had die overeenkwam met moedermelk.
Blair promootte zijn producten met waardig zakenmanschap aan, maar hij
maakte daarbij ook een belangrijke vermelding die zou verzekeren dat
zijn producten goed werkten. Hij zei nadrukkelijk dat die half en half
zouden moeten worden ingenomen met rauwmelkse room. Hij was slim genoeg
om te begrijpen dat men het vet dat men van de proteïne verwijderd
had door het verwerkingsproces er van moest vervangen. Hij herkende
ook de voordelen van rauwe zuivelproducten. De atleten van de 1960er
jaren gebruikten velerlei recepten, die een variatie waren op de verhoudingen
van Blair’s proteïneproduct, rauwmelkse room en rauwe eidooier.
Gewichtstrainer Don Howorth herinnert zich dat hij 36 eieren per dag
at, 1 liter rauwmelkse room, 1 liter vermalen lendenstuk, en dit tezamen
met 2 tot 3 koppen van Blair’s proteïnepoeder.
Blair had een bijzondere methode om de eieren te koken, dit deed hij
niet in kokend water, maar hij raadde het aan om veel eieren tegelijkertijd
in water te koken dat 31 minuten lang op een temperatuur van 181 graden
Fahrenheit werd gehouden. De eieren werden dan in het water gehouden,
om langzaam te kunnen afkoelen. Blair beweerde dat als men de eieren
onder koud water zou houden om af te koelen, dat de voedingsstoffen
dan "geshockt" werden en dat ze zo onwerkzaam werden en dat
het koken van eieren op deze manier veel van hun voedingswaarde zou
laten behouden.
Vince Gironda.
Een bodybuilder die goede gedefinieerd xxxwas en die de voeding onder
controle had en die nooit doping, hormonen of andere medicijnen gebruikte,
was de "IJzeren Goeroe" Vince Gironda.
Hij was de pionier van een techniek die bestond uit een eerder korte
training dan een lange training. Gironda begon in de 1950er jaren aan
wedstrijden, en trainde daarna nog tientallen jaren nog atleten en filmsterren.
Zijn lichaam was zo goed gedefinieerd, dat hij vaak strafbaar werd bevonden
door de jury die blijkbaar verward waren door zijn verschijning. Gironda
zei daar over dat "Die mensen die de bodybuildingwedstrijden destijds
beoordeelden verbaasd waren over zulk een enorme gespierdheid”.
Citaten van bodybuildingtijdschriften beweerden dat ik geen hogere
plaats in welke wedstrijd dan maar ook zou kunnen bereiken vanwege deze
te grote spieren. Zij dachten dat dit soort van te grote spieren hebbend
lichaam, niet meer zo erg in de smaak zou vallen. Dus verloor ik veel
titels aan minder gespierde mannen, die deze soort definitie alleen
voor deze dag hadden. Gironda beweerde vaak dat goede voeding 85 –
90 % van de bodybuilding uitmaakten. Zijn alternatief voor doping, hormonen
en medicijnen waren de eieren. Net zoals Blair was hij ook een voorspreker
van tot 3 dozijn (36) eieren per dag, om dit zo 6-8 weken zo te doen
om daar in extra spiermassa op te bouwen. Hij nam echter ook andere
voedingssupplementen. Hij raadde het aan om zijn spieropbouwende fase
te volgen, met daarna een kort vegetarische voedingswijze om het lichaam
te her-alkaliseren. Hij wisselde ook een laag-koolhydratenhoudende voedingswijze
af met een periode van het opladen met koolhydraten.
Hij legde voorzichtig precies het verschil uit tussen de natuurlijke-
en de geraffineerde koolhydraathoudende voedselsoorten, en bracht onderzoeksgegevens
naar voren, die sterk de geraffineerde koolhydraten als de ware schuldige
aan te wijzen in de degeneratieve ziektes van deze eeuw. Zijn artikelen
gingen verwonderlijk diep in detail over de biochemische wegen waarlangs
de suiker zijn vernielingen aanrichtte, en legde het verband vast tussen
suiker en arteriosclerose, abnormale toename in lichaamslengte en lichaamsgewicht,
en abnormaliteiten aan het skelet.
Ook voor proteïne geloofde hij dat de gemiddelde Amerikaan voldoende
goed kon leven op 45 gram kwalitatief hoge proteïne per dag. Alhoewel
zei hij met nadruk dat bodybuilders enkele weken lang meer dan 300 gram
per dag nodig te hebben om het groeiproces in te zetten.
Hij geloofde ook in proteïnepoeders van hoge kwaliteit, en gebruikte
Blair’s melk-en-eieren-mix tot hij met zijn eigen product op de
markt kwam. Toen hij de poeders gebruikte mengde hij 1/3 kop (ca. 80
gram) met een dozijn eieren, en met 350 cc rauwmelkse room, of hij deed
dit halfom. Hij at ook wel flink steak en vaak at hij zijn vlees rauw.
Voor spieropbouwfases nam Gironda ook kiemolie, aminozuren, vitamine
en mineralensupplementen en zoutzuurtabletten (HCL). Hij raadde mineraalrijke
zeekelp aan voor het jodiumgehalte, en gedroogd leverextract voor de
opbouw van het bloed en de verhoging van de zuurstofcapaciteit. Vele
bodybuilders gebruikten gedroogde lever na de eerste experimenten in
de 1950er jaren van Dr. Benjamin Ershoff. Ershoff was diegene die de
beroemde leveronderzoeken deed waar in ratten die 10 % gedroogde lever
kregen veel langer konden zwemmen in verhouding met andere ratten die
dat niet kregen.
De voedingswijze van Gironda in de spieropbouwfase:
Gironda raadde zijn voedingswijze voor 6- 8 weken aan, opgevolgd door
een vegetarische "her-alkaliserende" voedingswijze.
In Macronutrientenland.
In de eerste jaren raadde Blair een laag koolhydratenhoudende voedingswijze
aan.
Later raadde hij een voedingswijze aan die bestond uit 1/3 proteïne,
1/3 vet, en 1/3 koolhydraten om spieren op te bouwen.
Daarna sloeg hij weer helemaal om en raadde koolhydratenrijk voedsel
aan.
Maar andere bodybuilders hadden wel zeer veel koolhydraten in hun voeding.
Zo had bijvoorbeeld de teenager Casey Viator - die met 19 jaar de jongste
Mr. Amerika aller tijden werd - zijn eigen speciale pindanotenboterpudding,
die bestond uit 2 pond pindanotenboter, 1 kruik druivengelei, en 3-4
bananen – deze bananen waren optioneel. Dit was deel van een voedingswijze
die bestond uit o.a. 24 eieren en 8 liter rauwe melk per dag.
Casey zei later dat zijn vader niet al te veel tranen liet toen hij
uiteindelijk uit huis trok.
Een columnist in Strength & Health tijdschrift raadde de volgende
koolhydratenrijke concoctie aan om "enorm gespierd" te worden,
dit tezamen met een voedingswijze die onbeperkte hoeveelheden vlees
en eieren toestond:
Een dagelijkse dosis van Hoffman’s Gain Weigth poeder, (gebaseerd
op sojaproteïne).
2 liter melk
2 koppen magere melkpoeder.
2 rauwe eieren.
4 eetlepels pindanotenboter
½ stuk roomijs.
1 banaan.
4 eetlepels melkpoeder met moutextract.
6 eetlepels maïs siroop
Rond de 1960er jaren wisten de bodybuilders wel wat ze moesten doen
om een bepaald doeleind te kunnen bereiken. Als men mager of gedefinieerd
wilde zijn voor een wedstrijd, dan moest men alle koolhydraten uit de
voeding weglaten, zoals ook melk en room.
Melk was het favoriete voedingsmiddel om spieren op te bouwen, maar
niet geschikt om vet te verliezen, het bevatte te veel koolhydraten,
en hield water onder de huid vast.
Gewoonlijk werden daarvoor ketogenische voedingswijzes gebruikt die
bestonden uit vlees en water, om zich voor te bereiden voor de wedstrijden.
In de 1950er jaren, claimden 2 Engelse onderzoekers – Professor
Kekwick en Dr. Pawan – dat ze een vetmobiliserende substantie
hadden ontdekt die later in de urine samen met ketonedeeltjes kon worden
aangetroffen, na 24 uur op een geen-koolhydratenhoudende voedingswijze.
Ten spijte van behoorlijk veel wetenschappelijk debat, bleef de ketogenische
voedingswijze constant tot in de 1980er jaren in de bodybuildingwereld.
Toch was het al in de 1970er jaren dat zich de lipide-hypothese begon
te grondvesten. Het resultaat er van was een aantal voedingswijzes die
de koolhydraten benadrukten boven de proteïnes en vetten. De voor
de wedstrijd normaal gebruikte maaltijd van rundvlees, werd ingeruild
door een maaltijd van lasagna of spaghetti.
De tijdschriften van 1970 herkenden deze verwarring. Zo prees bijvoorbeeld
uitgever Hoffman in een tuitgave van Strength & Health het Afrikaanse
Massaivolk voor hun eerbied voor volwaardige melk, terwijl hij in een
andere publicatie – Muscular Development – hij afgeroomde
melk aanbeveelt, omdat het lager in verzadigd vet ligt (de grote meerderheid
van het land dronk nu gepasteuriseerde melk).
De langdurige krachttrainer Jim Bryan herinnert zich het vermijden
van rauwe melk, omdat men de indruk verspreidde dat deze gevaarlijk
was. De uitgever van MuscleMag, Bob Kennedy vertelde zijn lezers om
de eieren niet te laten liggen.
Frank Zane, de Olympisch Kampioen van 1977-1978, at echter nog steeds
de op de oude manier met vele eieren met lams-, rund-, en varkensvlees,
hart, lever, rauwe melk, proteïnepoeder, groenten en fruit, met
wat aardappels en bruine rijst, en onderrichtte zijn lezers over de
verkeerde opvattingen van cholesterol en waarschuwde tegen het te veel
eten van meervoudig onverzadigde oliën. Maar in Iron Man, vertelde
Terry Larson zijn lezers dat de voedingswijze van de bodybuilders er
niet noodzakelijk een was die goede gezondheid voortbracht. Hij geloofde
dat eieren het beste waren om spieren op te bouwen als ook om vet te
verliezen, maar dat verzadigd vet en cholesterol zich als gevaarlijk
zouden uitwijzen.
Volgens bodybuilder Brian Horton, waren enkele atleten al lang kip
en vis aan het eten in plaats van rundvlees en eieren.
Steroïden.
(samenvatting v.d. originele Engelse versie)
Tegen het eind van de 1970er jaren gebruikten professionele bodybuilders
een aantal metabolismeversterkende substanties zoals amfetamines, Armour
(schildklier), menselijke en dierlijke groeihormonen en multiple steroïden.
Sommige van de topprofessionals stonden geheel onder controle van de
doktor om hun bloed voortdurend te controleren in de voorbereiding voor
hun wedstrijden. Tijdens de maanden en weken voor een wedstrijd, spoten
en slikten deze atleten iedere mogelijke substantie die eventueel een
enorme spiertoename zou vergemakkelijken. Er waren maar heel weinige
bodybuilders die dit zonder doctorsbegeleiding konden doen.
In 1988 werd de sprinter Ben Johnson positief bevonden voor op het
gebruik van hormonen en deze werden sinds 1975 verbannen uit de Olympische
Spelen. In 1990 schreef de FDA ze op de Schedule III lijst van de Controle
Substances Act bij. Sindsdien kon echter nog altijd ieder atleet die
met deze stoffen spieren op wilden bouwen die net zo makkelijke vinden
op zijn volgende training. De verbanning van het gebruik er van was
niet verwonderlijk voor de body-builderswereld omdat het misbruik van
chemische stoffen zelfs op de middelbare school bekend was. Niet alleen
nam het aantal gebruikers toe, maar ook de dosering en het spectrum
van middelen.
De tijdschriften spraken nog niet over de hartziektes als neveneffect
van het gebruik er van. Alhoewel rond 1970 begonnen ze het feit te beschrijven
dat een aantal atleten voortijdig bezweken en overleden, dit in de bloei
van hun leven. Columnist Bob Brown beschreef zijn bezorgdheid omdat
hij vele vrienden op vroege leeftijd verloor aan hartziekte, en schreef
een artikel in Iron Man, met de titel: "Is Gewichtstraining Dodelijk?
" Brown stelde enkele overlijdensstatistieken samen van prominente
mensen uit de gewichthefferswereld, en vergeleek die met enkele overlijdensstatistieken
die beschikbaar werden gesteld door enkele verzekeringsmaatschappijen.
Hij concludeerde dat ondanks de gewichtstraining deze niet van een voortijdig
overlijden verschoond bleven, maar dat ze het nog altijd beter deden,
en betere overlevingkansen hadden en op een langer leven dan de gemiddelde
Amerikaan.
Anderen stelden de verkorte carrières van bodybuilders op. De
Mr. Amerika uit 1967 Don Howorth, overwoog het om een come back te maken,
maar zei toen dat hij wist, dat zijn lichaam in deze levensfase niet
meer zo goed alles kon verdragen dat hij dan moest innemen. Zelfs de
genetisch gezegende Casey Viator, die een serieuze strijder was voor
de Mr. Olympia-titel, hield zich sinds 1983 terug van verdere pogingen
en wist dat zijn lichaam genoeg had.
Nieuwe voedingstrends
In de beginjaren van 1980 werden de bodybuilders geïnteresseerd
in de index van koolhydratenhoudend voedsel. Een team onderzoekers van
de Universiteit van Toronto, geleid door Dr. David Jenkins, toonde aan
dat verschillende voedselsoorten de bloedglucosespiegel op verschillende
manieren affecteerden. Ze ontwikkelden de Glycemische Index waarin veel
koolhydratenhoudend voedsel werd vergeleken met uitgeselecteerd refererend
voedsel over hoe vlug dat die de bloedsuikerspiegel lieten stijgen.
Vele bodybuilders en andere atleten gebruikten de Glycemische Index
om hun dagelijkse menu en keuze aan koolhydraten te plannen.
Met de koolhydraten in de voeding en tezamen met een juist vastgestelde
proteïne, stelden bodybuilders vast dat er niet veel ruimte meer
over was voor vet. Aan het eind van dit decennium stelden vele vast
dat ze zich in een wedstrijd bevonden dat wei het vet in de voeding
het laagste kon houden. Sommigen behaalden zelfs een theoretisch nihil
vet dieet. Maar niet iedereen deed dat.
Ik interviewde Rob Koslaff, die zei dat hij niets veranderde. Hij zei
dat "hij alleen maar geloofde wat hij zag: "Mijn grootouders
leefden op een boerderij, en aten volle rauwe melkproducten, room, eieren,
boter, vlees, aardappels en zelfgemaakt brood. Mijn grootvader at jarenlang
vaak 6 eieren per dag en vele daar van waren rauw, samen met boterhammen
met spek. Hij leefde tot zijn 98ste en mijn grootmoeder tot 101. Wat
men het meest verbaasde was hun boerenknecht die daar rondliep en Indian
Joe heette. Toen ik hem voor het eerst zag was hij een man van rond
de 40 jaar met ongelooflijke afgetekende spieren, hij zag er uit als
Conan. Later was ik regelrecht geshockeerd toen ik er achter kwam dat
hij al ver in de 70 was. Indian Joe werd 115 jaar, en at niets anders
dan vlees en ander orgaanvlees! In de voorafgaande 20 jaar at Kosloff
minstens 6 eieren per dag zonder enigerlei ziektes. Ron merkte ook op
dat bodybuilders zoals Gironda en Blair hem later in de 1960er jaren
voor de echte gevaarlijke vetten waarschuwden – namelijk de gehydrogeneerde
oliën en vetten.
Armand Tanny die nu in zijn 60er jaren is, schreef ook deze artikels
die waarschuwen tegen de nieuwe trend. Reeds in de 1980er jaren schreef
hij artikels voor Joe Weiders’ fitness magazine, zoals het "Cave
Man Diet" (maart 1986), "Meat and the Bodybuilder" (dec
1986), "Good Nutrition and Sex" (juni 1987), "Streamline
Meat" (okt. 1987) , "Uncoocked Delacies (1dec 1986), en "Those
Beefs Abouth Meat" (okt 1985).
Temidden van de cholesterolgevechten van 1984 publiceerde Vince Gironda
zijn boek "Unleashing the Wild Physique" en raadde nog steeds
36 eieren per dag aan om een anabolisch effect te krijgen". Alhoewel
schreef hij ook een artikel, waar in koolhydraten verdedigd werden,
en waarschuwde hij tegen de potentiële risico’s van het eten
van te veel proteïne.
Hoe koolhydraten laten werken.
Een grote trend in de 1980er en 1990er jaren was het concept van het
zich op te laden met koolhydraten. Dat reeds door Vince Gironda in de
vooraf liggende 50er en 60er jaren populair werd gemaakt. "Ik geloof
dat je iedere 3 tot 5 dagen een "koolhydratenrijke opladende maaltijd
voor je lichaam nodig hebt, dat koolhydraten op iedere 3de of 5de dag
noodzakelijk zijn teneinde om weer glucogeen in de lever te krijgen".
Ook in de later 1960er jaren gebruikten fietsers een techniek om hun
spieren met koolhydraten op te laden om zich meer uithoudingsvermogen
te geven. Bodybuilders wilden hun spieren kort voor een wedstrijd ook
opladen om die dan voller te laten uitzien. In de 1980er jaren brachten
de wedstrijdbodybuilders het regelrecht tot een wetenschap met hun kennis
over de hormonen vasopressin, en aldosteron, over hoe deze de natrium
/ water evenwicht in het lichaam in evenwicht hielden. Het was een uitdaging
om op de wedstrijddag niet zo veel koolhydraten onder de huid te brengen,
maar in de spieren. Maar het effect van deze techniek was zo dramatisch
dat een verkeerd ingeschatte tijd er van teweeg kon brengen dat het
volgens bodybuildingmaatstaven of goed of slecht uitzag, en zo of overwinnen
of verliezen opleverde. Vaak sloegen ze zich dan drie dagen na zulk
een show tegen het hoofd, als alle vloeistoffen zich pas dan naar de
juiste plaats bewogen – alleen te laat dus.
Daarna volgden overeenkomstige voedingswijzes, zoals het "Cyclical
Ketogeniec Dieteing (CKD)", ook bekend als het "Ultimate Dieet",
het "High Fat Diet", het "Anabolic Diet", het "Bordyopus
Diet", het "Metabolic Diet", The Anabolic Solution",
en het "Ultimate Diet 2.0"
Verdere oppeppende supplementen. (Samenvatting)
Aminozuren in hun vele vormen (peptide gebonden, vrije vorm, Branch-Chained,
L-kristalline, waren populair inde 1980er jaren. Er op gebaseerd op
het feit dat bepaalde aminozuren eventueel de pijnappelklier stimuleerden
om de groeihormonen er uit vrij te laten komen. Er waren claims dat
de vrije vormen van de aminozuren arginine en ornithine de bodybuilders
konden helpen om vet te verliezen en spiermassa er bij te krijgen, dat
leidde tot een wereldwijd te kort aan arginine en ornithine. Ik herinner
me nog er aan bij te hebben gedragen aan dit tekort. Anderen prezen
het aminozuur lysine aan als de loslater van het groeihormoon. In de
dagen voor de aminozurensupplementen gebruikten bodybuilders de lysine
in melk.
Het sojaproteïnepoeder maakte een grote comeback in de 1990er
jaren met voldoende markt-enthousiasme om de bodybuildinggemeenschap
een andere kijk er op te geven. Ondanks dat de bodybuilder geen wetenschapper
was werd de soja toch nooit als een kwaliteitsproteïne geaccepteerd.
Blair dumpte het tientallen jaren geleden al omdat melk en eieren een
hogere kwaliteit hadden. Vince Girona beschreef soja als: "Dat
is gewoon shit!"
(Samenvatting: ) Het opladen met koolhydraten werd makkelijker gemaakt
door allerlei dranken zoals Carboplex etc. of afleidingen van kokosolie
waarmee men de vetabsorberende kanalen van het lichaam omzeilde, en
verdere allerlei soorten middelen).
Andere anabolische middelen.
(Samenvatting)
Tijdens de 1980er jaren kon de wereld van de wedstrijd bodybuilding
met één naam worden genoemd: Lee Haney, die van 1984 tot
1991 aan de top van de Mr. Olympia wedstrijden stond. Hij werd 6 jaar
lang opgevolgd door Dorian Yates, en daarna door Ron Coleman, die in
2004 Mr. Olympia werd.
Deze twee laatsten sprongen in afmetingen enorm naar voren. Om zich
dit te kunnen voorstellen en te vergelijken, kan men Arnold Schwarzenegger
nemen, die in de 1970er jaren een grote atleet was en die 112,5 kilo
woog bij 1.85 m. In de Mr. Olympia-wedstrijd van 2003 had Ron Coleman
echter een lichaamslengte van net onder de 1.80 m. en woog 134,5 kilo,
en hij had zelfs nog minder vet dan Schwarzenegger !
Hoe kwam dit nu ? Waren deze twee laatsten twee betere bodybuilders
dan Schwarzenegger ? Dit is niet echt waar, maar ze gebruikten gewoon
meer chemicaliën. Twee anabolische samenstellingen hadden hun zich
meer laten ontwikkelen dan iets anders van ooit van te voren. Deze twee
middelen waren insuline en het groeihormoon uit de hersenklier.
Sinds 1970 gebruikten er al bodybuilders reeds groeihormonen van mensen
en apen. Alhoewel met de introductie van het Human Growth Hormone werd
dit product beter verkrijgbaar. Een ander product was Creatine Monohydratat,
een spierhydraterende substantie, en melkproteïne kwam op de voorgrond.
De bodybuilders vraten in die jaren alles dat maar spieren opbouwde,
poeders, pillen, vlees, bloed, organen, en een heel assortiment aan
esoterische concocties. In deze laatste 25 jaar van de bodybuilding
werd er echt de grootste spectrum chemische en andere stoffen gegeten
dat er maar mogelijk was, en als er nog een beetje plaats over was,
dan werd er misschien nog een vitamine genomen.
De aanbevolen voedingswijze van tegenwoordig is hoog-koolhydratenhoudend,
hoog- proteïnehoudend, en arm in vet – afgeroomde melk, eiwit
en proteïnepoeders………..van alles, alleen geen
echt volwaardig voedsel !
Het is niet verwonderlijk dat de eerste bodybuilders zoals Lalanne,
Tanny, Gironda, en Grimeek, een gezond en lang leven hadden in de sport,
terwijl de gezondheid van de hedendaagse bodybuildingsterren een grote
vraag is.
De 5 maal Mr. Universum geweest zijnde Bill Pearl zei daar over: "Diegene
die tegenwoordig aan het eind van een bodybuildingwedstrijd de winnaars
zijn, zijn waarschijnlijk van de hele arena juist diegenen die het korst
bij het overlijden staan".
Het is erg jammer dat de hedendaagse atleten die de genetische voorwaardes
hebben om in de bodybuilding vooruit te komen geen andere keuze hebben
dan de farmaceutische weg te volgen, als ze de top willen bereiken.
Over de schrijver van dit artikel:
Bodybuilder en trainer Randy Roach heeft in de laatste 30 jaar de meeste
voedingswijzes in de bodybuilding gevolgd, ook minder gebruikte voedingswijzes
in de bodybuilding zoals het gehele vegane vegetarisme, In zijn proteïne
nemende fase nam hij veel eiwit en verwijderde hij de dooiers. Hij ontdekte
dat te veel koolhydraten hem alle soorten problemen gaven. Sinds de
laatste 3 jaar is hij overgestapt op een totale rauwe voedingswijze,
die bestaat uit rauw vlees, zuivel, eieren, (vooral de dooiers), honing,
groen sap, en wat fruit met de pitten er van. Zijn typische dagelijkse
voedingsprogramma voor een dag bestaat uit ¼ tot ½ pond
kippenvlees, ½ pond rauw rundvlees, ¼ pond rauwe lever,
½ tot 1 liter rauwe melk, en 5 eetlepels rauwe room., 6-8 eetlepels
rauwe honing, 1 liter rauw groen sap (selderij, peterselie, lemoen,
zucchini, honing, bieten), en af en toe wat fruit.
Dit artikel is genomen uit zijn boek "The History of Nutrition
in Bodybuilding" en is verkrijgbaar bij prfit.com/history.htm
<Back
| Home | Tour
| Calendar | Contact
Us | Funding | Join
Now
|